Decembermaand, familiemaand. Textilia bezoekt daarom vier familiebedrijven in de mode met een lange geschiedenis. Deel 1: Schräder in Deventer. “Het is leuk de wispelturigheid van de vrouw te doorgronden.”

Met balen linnen op een handkar loopt Jan Willem Schräder begin 1800 elke week van Delden naar de veertig kilometer verderop gelegen Hanzestad Deventer om daar op de markt zijn stoffen te verkopen. Genoeg van de gevaarlijke tocht’- overvallers lagen op de loer – en de lange afstand te voet, besluit hij in 1829 een huis te kopen aan de Stromarkt om zo dichter bij de markt te zijn. Vijf jaar later krijgt Jan Willem een vergunning tot ‘verkoop uit woonhuis’. Schräder is geboren.

In 1868 verhuist de zaak naar de overkant waar het vervolgens tot 2009 zal blijven. Hoewel de crisis in 1930 zwaar was, “opa Bernard moest elke dubbeltje omdraaien”, volgden er goede jaren na de Tweede Wereldoorlog met de vader van Frans aan het roer. In 2009 besluit Frans Schräder, de huidige eigenaar en de vijfde generatie, een ander pand te betrekken aan de Lange Bisschopstraat 1.

Verhuizen en verjongen

Het betekende een grote verandering in de geschiedenis van Schräder Mode. Niet alleen de locatie werd anders, ook het aanbod. Frans, zittend in de koffiebar achterin de winkel waarin klanten koffie of thee krijgen met een Bijtje, een traditionele koek van het Bussink Deventer Koek: “Ik heb de verhuizing aangegrepen om te verjongen.” Van een winkel met “tapijt op de vloer, achterin rekken vol japonnen en mantelpakken en in de winter blauwe mantels” veranderde het in een moderne zaak met een strak maar warm interieur met in de collectie merken als Moscow, Claudia Sträter, Penn&ink, Yaya en Summum. “Ik koop bewust veel Nederlandse merken in, want niemand kent de Nederlandse consument zo goed als zij.”

Frans werkt inmiddels 22 jaar in de winkel, waarvan tien jaar met zijn vader. Zijn oudste broer Ben stapte zeven jaar geleden uit de zaak. “Twee gezinnen voeden van één winkel ging niet meer.” Frans wilde eigenlijk kok worden maar voelde dat hij “mijn vader laatste hoop was en besloot in de zaak te komen”. Hij vervolgt: “Als mijn vader een fietsenzaak had gehad dan had ik hem ook opgevolgd.”

Grillige consumenten

De samenwerking met vader en broer verliep altijd goed. “Het voordeel van een familiebedrijf is korte lijnen. Mijn personeel stapt zo het kantoor binnen om wat te vragen. Het nadeel is dat als de een A zegt en de ander B je er toch uit wil komen. Dan kies je vaak voor de middenweg en dat is niet altijd goed. Tegen familie laat je ook niet het achterste van je tong zien.”

Frans heeft zelf vier kinderen, waarvan de oudste van twintig een bijbaan heeft bij een grotere modeketen. Hij heeft geen idee op zijn kinderen hem zullen opvolgen. “Aan de ene kant is dat jammer ja, maar tijden veranderen. Ik stimuleer dat zij hun dromen achterna jagen. Ik zal nooit zeggen dat iets niet mag.”

Daarnaast zijn het geen makkelijke tijden voor moderetailers. “Daar draai ik niet om heen. Ook Schräder heeft het lastig.” Consumenten zijn grillig, willen zowel online als offline shoppen en zijn op zoek naar een beleving (“niet mijn favoriete woord”). Binnenkort komt de modezaak daarom met een webshop via Locals United, een website waar offline retailers samen als groep online verkoopt. “Een eigen webshop is erg duur, maar geen webshop is geen optie meer voor een gerenommeerde zaak als deze.”

Klanten zijn visite

Volgens Frans moeten mode-ondernemers veel doen om resultaat te behalen in de huidige markt. “Klantenbinding. Daar draait het om”, zegt hij. En dus is er een Facebookpagina, organiseert hij klantenavonden waarbij hij parfumketen Ici Paris XL uitnodigt en de kapper en lift hij mee op de evenementen die stad Deventer met regelmaat organiseert. “Met het Dickens Festival hebben wij ook iemand verkleed in de winkel staat. Met Deventer Opstelten passen wij de etalage aan aan het thema.” Tegen zijn personeel zegt hij dat ze klanten moeten ontvangen alsof het hun visite thuis is.

De nieuwe klant is vooral een stuk jonger dan de vorige. Oude klanten komen nog altijd langs, maar zijn niet allemaal even blij met het resultaat. Achterin het pand staat in tact een gevel uit vermoedelijk de dertiende eeuw, waar de winkel tegenaan is gebouwd. “Oude klanten vraag wel eens waarom de muur nog niet gestuukt is”, lacht Frans. Dan serieus: “Ik wil ook niet meer die ouderwetse oma van vroeger bedienen. Ik moet verder. Van het inkopen van sommige merken voor ouderen krijg ik al bijna pijn in mijn buik.”

Omslag nodig bij merken

Schräder heeft altijd vrouwenmode verkocht en zal dat altijd blijven doen. “Schoenmaker blijf bij je leest”, zegt hij. Naast dat herenkleding verkopen een ander vak is, vindt hij vrouwenmode leuker vanwege het grotere aanbod. “Het is ook leuk om de wispelturigheid van de vrouw in de winkel te doorgronden”, zegt hij met een grijns.

In de toekomst, waar hij veel over nadenkt, wil Frans nog maar vijftig procent van de collectie voor het seizoen inkopen in plaats van zeventig tot tachtig procent nu. Hij legt uit: “Als ik inkoop bij merk x zijn ze al drie maanden bezig geweest met het ontwerpen en produceren van de kleding. Dan duurt het nog zes maanden voordat het bij mij in de winkel ligt. “Er gaat dus een hele zwangerschap overheen voordat iets hier hangt en tegen die tijd wil de consument weer wat anders omdat dat in is. Ik heb gewoon een rek nodig met hot items. Dan ben ik spekkoper.” Volgens hem vraagt dat wel om een omslag in het denken en produceren bij de merken “maar er zijn er genoeg die wel inventief zijn”.

‘Eerst de zondagtoeslag weg’

Ook denkt hij na over zijn openingstijden. De weekeinden draait hij altijd goed, hoewel Deventer geen wekelijkse koopzondag kent. “Misschien moet ik wel elke zondag open, maar dan moet eerst die zondagtoeslag weg.” De vraag is of dat gebeurt, want cao-onderhandelingen tussen bonden en werkgevers in de mode- en sportdetailhandel liepen hier onlangs op stuk. “Misschien moeten we van 12 tot acht uur ’s avonds open. Wie weet.”

Frans is nog de enige Schräder in het familiebedrijf, al helpen zijn dochters achter de schermen wel eens mee. Op de vraag of dat niet jammer is, haalt hij zijn schouders op. “Ergens wel, maar ja, Schräder blijft Schräder.” 

 

Nederland, familiebedrijven-land

Nederland is al eeuwenlang een land van familiebedrijven. Volgens Nyenrode Business Universiteit is het dé dominante ondernemersvorm in ons land. Ongeveer 260.000 bedrijven mogen zich familiebedrijf noemen. Zij zijn verantwoordelijk voor ruim 49% van de werkgelegenheid en bijna 53% van het Bruto Nationaal Product. Nyenrode hanteert de volgende criteria:

  • Het bedrijf moet voor meer dan vijftig procent in handen zijn van één familie.
  • Het is ook één familie die een beslissende invloed heeft op de bedrijfsstrategie of op opvolgingsbeslissingen
  • Een meerderheid of ten minste twee leden van de ondernemingsleiding zijn afkomstig uit één familie

Familiebedrijven doen het goed, ook in tijden van crisis. Voor komend jaar verwacht de Vereniging Familiebedrijven Nederland een groei van zeven procent. Voorzitter Albert Jan Thomassen noemt als sterke punten van een familiebedrijf onder meer doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheid. Bovendien hebben familiebedrijven geen al te grote financiële risico’s genomen, zegt hij.